Voor het eerst in het Noorden had ik een expositie (solo) bij Galerie Appèlbergen. De expositie werd zaterdag 7 juli 2012 geopend door Anna Kramer (Hoofd kunstzaken van het UMCG). Twee dagen daarvoor op donderdag 5 juli was er een besloten bijeenkomst voor de ING en heeft de heer van der Kooi een lezing geven over mijn werk.
Hieronder vind u de lezing:
Om als schilder de realiteit te bekijken en te schilderen kun je op ontelbare manieren te werk gaan. Eén van de manieren is te rade te gaan bij de Grieken waar in Europa zoveel mee begonnen is.
De grieken brachten op een gegeven ogenblik een filosoof, genaamd Parmenides, voort die ontkende dat er beweging mogelijk was. Hij ging uit van twee uitspraken die iedereen als waar beschouwde. Uitspraak één: ”Wat is dat is”, en uitspraak twee: ”wat niet is dat is niet”. Verder vond hij dat hij als logisch gevolg hiervan mocht veronderstellen dat dus iets niet uit het niets kan ontstaan.
Welnu als op een plek eerst niets is en daarna iets (wat gebeurt bij beweging; iets gaat van de ene plek naar de andere) dan kan dat dus niet volgens deze filosoof. Op die bewuste plek ontstaat dan opeens iets uit het niets en volgens de twee uitspraken is dat niet mogelijk. Onze ogen moeten ons bedriegen. Logica is belangrijker dan wat je ziet en waarneemt. Deze belangrijke denkstap schrijven wij aan de grieken toe. Parmenides was hierin niet de laatste Griek en niet de enige.
Plato vond de waargenomen wereld zelfs zo onbelangrijk en misleidend dat hij het vergeleek met schaduwen die door licht van buiten op een muur in een grot geworpen worden. Zijn vergelijking was de volgende: Stel gevangenen zitten met hun rug naar een grotopening. Ze zien het licht dat door de opening valt niet rechtstreeks. Iemand houdt achter hen voorwerpen in het licht zodat deze op de muur tegenover de gevangenen schaduwen op de muur werpen. Als de gevangenen in hun hele leven niets anders zien zullen ze denken dat dat die schaduwen de waarheid zijn. Als één gevangene ontsnapt en het licht ziet en hoe de dingen in het licht zijn zal hij niet worden geloofd of begrepen als hij weer terugkeert naar de gevangenen en probeert uit te leggen wat hij gezien heeft. Hij zal zelfs als hij de grot weer inkomt eerst weer aan het donker moeten wennen. Plato vergelijkt de wereld die we waarnemen met onze zintuigen met de schaduwen op de grot. Hij vergelijkt verder wat we zien en ervaren via de logica en wiskunde (volgens hem de ‘echte waarheid’ achter die zintuigelijk waargenomen werkelijkheid) met alles in het licht buiten de grot. Het gaat dus niet om wat we zien hier op aarde maar om de waarheid erachter. Als we hier schoonheid zien is dat volgens plato slechts een schaduw van de echte absolute schoonheid die erachter zit. Als we hier op aarde bijvoorbeeld een vierkant proberen te tekenen zal dat nooit een volmaakt vierkant kunnen zijn. Het papier is bobbelig het computerscherm is net niet goed en vertekent, onze ogen zien het niet goed etc. Alleen als we een vierkant berekenen benaderen we het volmaakte vierkant. Je ziet het dan niet met je zintuigen maar door de berekening benader je het echte vierkant. Je moet dus je best doen, berekenen logisch nadenken. Wat je ervaart en ziet moet je wantrouwen om de echte waarheid te ontdekken.
Toch zijn er ook Griekse filosofen die de waarneming wel belangrijk vinden. Aristoteles, een andere grote filosoof, vind juist dat je niets anders hebt dan je ervaring. Het vierkant achter de vierkanten in deze wereld zoals Plato dat ziet bestaat volgens hem niet. De wereld die wij ervaren is de enige dat er is. Die wereld kunnen wij met het verstand begrijpen. Juist door onze ervaringen. Deze ervaringen misleiden niet zoals bij Plato maar leren ons juist. Het vierkant is er alleen maar door en in alle vierkanten die we kunnen ervaren.
Er waren daarnaast nog Grieken in die dagen die de realiteit blijkbaar namen voor wat hij lijkt getuige het verhaal van Zeuxis en Parrhasius. Deze schilders hadden een dispuut over wie de beste schilder was. Zeuxis schilderde een tros druiven waar de vogels op af kwamen. Zeuxis waande zich al winnaar. In het atelier van Parrhasius wilde hij dan ook vol vertrouwen het gordijn voor het schilderij van Parrhasius weghalen toen deze dat vroeg. Op dat moment kwam Zeuxis erachter dat het gordijn het schilderij was. Zeuxis had de vogels verleid maar Parrhasius had Zeuxis weten te strikken. Parrhasius had dus gewonnen.
Je kunt deze verhalen als aanleiding nemen voor een heel grove indeling van de schilderkunst als het gaat om de houding ten opzichte van de realiteit.
De idealisten, conceptualisten etc:
De volgers van Plato die met hun schilderen de waarheid achter de verschijningsvormen proberen vast te leggen. Denk bijvoorbeeld aan Mondriaan. Het kunstwerk is niet van belang als het maar naar de waarheid erachter verwijst. De uiterlijke verschijningsvorm is niet van belang. Hetgeen erachter zit wel. Koe Hiske, olieverf/doek 80 x 60 cm © 2012 KlimasOok een buitenissig voorbeeld kan zijn de bekende pindakaasvloer van Wim T Schippers.
De realisten, symbolisten etc:
De schilders die eerder in het kamp van Aristoteles zijn in te delen zijn schilders die veel meer aandacht aan de vorm geven. Niet alleen wat ze willen zeggen met het schilderij is belangrijk maar ook hoe ze het zeggen. Het schilderij en wat het wil zeggen is één geheel en kunstwerk. Het kunstwerk is een waarheid op zich.
De hyperrealisten etc:
Deze schilders gaat het vooral om de mimesis, het één op één weergeven van de werkelijkheid. Vooral het kunstwerk is van belang. Een boodschap erachter kan zelfs afleiden vanaf het doel. Het ambacht krijgt grote aandacht.
Ik zelf, persoonlijk, vind dat een goede schilder van alle manieren om de realiteit te bekijken het goede in zich verenigt.
Ambachtelijk moet het schilderij goed in elkaar zitten. Als je iets weergeeft mag dat ook te zien zijn en te herkennen als dat je doel is. Het schilderij mag wel iets meer zijn dan het plaatje op zich zijn. Met de beeldelementen die je gebruikt, geometrisch of niet, kun je verwijzen naar meer dan wat je in eerste instantie ziet. Het kunstwerk wordt dan een totaal van beeld betekenis en uitvoering. Een kunstwerk met vele lagen dat blijft boeien door de vele niveau’s.

Koe Hiske, olieverf op doek, 80x 60 cm © 2012 Alexandra Klimas
Alexandra krijgt dat volgens mij voor elkaar. Plato, Aristoteles en Zeuxis zouden alle drie trots zijn op Alexandra Klimas. De ambachtelijkheid is goed te herkennen in de anatomie en algemene uitvoering van het onderwerp. Parrhasius kan tevreden zijn. De weergave en uitvoering op de achtergrond nodigen uit tot verdieping van de aandacht. De gebruikte (geometrische) abstractie roept herinneringen aan de experimenten van Mondriaan en dus in ons geval Plato wakker. Ze verwijzen naar een andere werkelijkheid dan de direct waarneembare die net zo belangrijk is in Alexandra’s werk. De combinatie van verdieping en ambacht geeft een betekenis en realiteit aan het kunstwerk als geheel waar we Aristoteles in denken terug te zien.
Geschreven door: Keimpe van der Kooi, kunstenaar, filosoof en docent