
Ik ben zelf dol op bloeiende planten en bloemen. Als ik bij de bloemist kom, geniet ik van al die prachtige kleuren en vormen, en ik vind het heerlijk om bloeiende planten cadeau te krijgen. 😉 Ze brengen vrolijkheid in huis en in de tuin, en daar kan ik echt van genieten. Toch ben ik me er door mijn ontdekking meer bewust van geworden dat er een verschil is tussen wilde planten en de bloemen die we speciaal voor hun sierwaarde kweken. Wat wij mooi en aantrekkelijk vinden, is niet vanzelfsprekend ook waardevol voor insecten. Dat betekent niet dat ik minder van bloemen ben gaan houden, maar wel dat ik er met andere ogen naar kijk.
In mijn schilderij staat een gerbera die in plastic is verpakt naast een gerbera die volledig vrij staat. Een vlinder beweegt instinctief in de richting van de niet-verpakte bloem, aangetrokken door haar kleur en de belofte van nectar. Maar wat de vlinder niet weet, is dat ook deze bloem niet per se biedt wat zij nodig heeft. Gerbera’s zijn door veredeling vooral gericht op grote bloemen en sierwaarde. Daardoor produceren ze doorgaans minder nectar en stuifmeel dan veel bloemen die voor insecten aantrekkelijk en voedselrijk zijn. Bovendien kunnen sierplanten uit intensieve teeltsystemen resten van chemische bestrijdingsmiddelen bevatten, die schadelijk kunnen zijn voor insecten. Ook plastic verpakkingen maken deel uit van de manier waarop bloemen worden geproduceerd en verkocht.
In mijn schilderij onderzoek ik de spanning tussen aantrekkingskracht en verborgen kwetsbaarheid binnen de gecultiveerde natuur. Wat er op het eerste gezicht aantrekkelijk en onschuldig uitziet, blijkt niet altijd zo vanzelfsprekend te zijn als we denken. Juist dat contrast fascineert me: de schoonheid van bloemen waar we zo graag van genieten, en de minder zichtbare gevolgen die daarachter kunnen schuilgaan.