In deze werken op paneel onderzoek ik de complexe relatie tussen mens, natuur en consumptie. Het uitgangspunt voor dit werk is voortgekomen uit een persoonlijke ontdekking.
Al jarenlang kies ik bewust voor biologische groenten en fruit, vanuit zorg voor natuur, dieren en mijn eigen gezondheid. Toch realiseerde ik mij pas na het lezen van een artikel over bestrijdingsmiddelen op sierplanten dat ik diezelfde bewustheid niet toepaste op de bloemen die ik voor mijn tuin kocht. Vooral viooltjes behoren al jaren tot mijn favoriete bloemen. Ik koop ze regelmatig in tuincentra en gebruik hun eetbare bloemblaadjes soms als decoratie in salades. Pas toen stelde ik mezelf een eenvoudige vraag: hoe natuurlijk is een eetbare bloem wanneer zij afkomstig is uit een productiesysteem waarin bestrijdingsmiddelen kunnen worden gebruikt?

Het beeld van viooltjes die gedeeltelijk gevangen zitten in een plastic verpakking verwijst naar een alledaags tafereel: de aankoop van bloeiende planten in het tuincentrum. Wat op het eerste gezicht een onschuldige handeling lijkt, roept vragen op over biodiversiteit, duurzaamheid en onze omgang met levende organismen.
De viooltjes bevinden zich op het snijvlak van natuur, voedsel en consumptie. Ze worden gewaardeerd om hun schoonheid, trekken bestuivende insecten aan en zijn bovendien eetbaar. Tegelijkertijd zijn veel sierplanten onderdeel van intensieve teeltsystemen waarin chemische bestrijdingsmiddelen en verpakkingsmaterialen een vanzelfsprekend onderdeel van het productieproces zijn geworden. Wat aantrekkelijk lijkt voor mens, vlinder of hommel, blijkt daardoor niet altijd zonder risico.
De vlinder en de hommel symboliseren de kwetsbaarheid van ecosystemen waarin mens en dier van dezelfde planten afhankelijk zijn. Hun aanwezigheid maakt zichtbaar hoe nauw onze levens verweven zijn met die van andere soorten. Het plastic rond de bloemen versterkt deze spanning. Het fungeert als symbool voor een samenleving waarin zelfs levende natuur wordt verpakt, verhandeld en geconsumeerd, terwijl de ecologische gevolgen daarvan vaak buiten beeld blijven.

Deze kleinschalige werken op paneel maken deel uit van een voorbereidende serie voor grotere schilderijen waarin vogels, vlinders, bijen en hommels een eerbetoon vormen aan de biodiversiteit en aan de vaak onzichtbare relaties die alle levende wezens met elkaar verbinden.
FEITEN
Niet elk viooltje is even aantrekkelijk voor insecten. Wilde soorten (zoals Viola odorata, het maarts viooltje) zijn duidelijk insectvriendelijk. Ze produceren relatief veel nectar en worden regelmatig bezocht door bijen en hommels. Gekweekte viooltjes uit tuincentra zijn vaak geselecteerd op kleur en vorm. Ze kunnen nog steeds insecten aantrekken, maar zijn meestal minder efficiënt als voedselbron voor bestuivers. Vlinders kunnen soms op viooltjes afkomen, maar zij zijn niet de belangrijkste bestuivers. Viooltjes spelen vooral een rol voor bijen en hommels.

Within Reach (Binnen bereik), oil on panel, 22 x 10 cm, 2026
Viooltjes staan in een klein bloemenvaasje, losgemaakt uit hun oorspronkelijke omgeving en verplaatst naar de menselijke leefruimte. De bloemen worden een intiem en alledaags object: natuur die dichtbij wordt gehaald en in een nieuwe context verschijnt. Een hommel rust op een bloemblaadje, terwijl een vlinder juist weg fladdert. De aantrekkingskracht is van korte duur; de bloem biedt meer schoonheid dan nectar.
Lees ook: Het verhaal achter sierplanten: gerbera’s